Juridische kaders rondom het delen van energiedata

 

Een transitie is een omwenteling of nieuwe ordening die iedereen in de samenleving raakt, zo ook de energietransitie. Energiegebruikers worden nu zelf ook energie-opwekkers. De energieprijs wordt nog afhankelijker van het (klimatologisch bepaald) aanbod, en het balanceren van vraag naar en aanbod van energie wordt lastiger. Daarnaast is het mogelijk om steeds meer, kwalitatief betere data te verzamelen, bijvoorbeeld via de slimme meters, die het gebruik van elektriciteit en gas over de gehele dag per huishouden kunnen meten.

Onmisbaar
Om deze transitie goed te laten verlopen, zijn goede en vooral passende juridische kaders onmisbaar. Zo werkt het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) aan een geïntegreerde energiewet ter vervanging van de huidige Elektriciteits- en Gaswet. Ook wordt de warmtewet geactualiseerd. Bij het opstellen van deze nieuwe wetten kijkt het ministerie van EZK naar de nieuwe uitdagingen die er liggen en ontwikkelt het passende kaders om de gewenste veranderingen mogelijk te maken.

Beperkingen
Ondertussen zijn er ook juridische kaders die misschien wel vertragend of lastig werken in een transitie, maar die we als een gegeven moeten beschouwen. Juist omdat ze ‘hogere’ belangen dienen, zoals het garanderen van de bescherming van privacy en persoonsgegevens, bescherming tegen oneerlijke concurrentie of het garanderen van veiligheid (tegen bijvoorbeeld terrorisme, denk hierbij aan de gasleidingen). Een aantal van deze kaders is in Europees verband vastgelegd en een aantal kaders is vastgesteld op nationaal niveau. 

Veel kan er wél
Deze juridische kaders kunnen beperkend werken bij het delen van data, maar dat betekent niet dat er niets mogelijk is. Vaak wordt gezegd dat met name de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) het onmogelijk maakt data te delen, maar via een andere benadering is er vaak toch nog veel wél te bereiken. Een verdere toelichting en handreikingen over wat er wel mogelijk is, kan je vinden in onderstaande veelgestelde vragen en de aanvullende verdiepende informatie, die in het kader van VIVET zijn ontwikkeld. 

VIVET logo compleet

 

Veelgestelde vragen

De organisaties achter VIVET hebben de 6 veelgestelde vragen met de uitgebreide antwoorden op een rij gezet. Het is veel informatie waaraan ook nog verdiepende informatie is toegevoegd. Daarom alvast een leesadvies: start in ieder geval met de eerste vragen over waarom de AVG van toepassing is op energiegegevens. Hierin staat onder meer wie met wie welke gegevens mag delen en waarom. 

Zelf nog andere vragen, zie je een foutje of oude informatie? Of misschien wil je iets voorleggen aan andere gebruikers en professionals van energiedata? Ga dan naar de Energiedata community op het forum van data.overheid.nl

 

De vragen in het kort, hieronder komen ze per vraag los aan bod en hieronder gaan we er verder op in

1. Waarom en hoe is de AVG van toepassing op energiegegevens?

2. Mag de aansluitwaarde van een woning op adresniveau worden gedeeld door de netbeheerder of andere instantie voor b.v. het aantal aardgasvrije woningen?

3. Kunnen gemeenten inzicht krijgen in het verbruikspatroon van één of meerdere aansluitingen per maand, week of dag?

4. Waarom kunnen gemeenten of adviesbureau geen gegevens krijgen over het energieverbruik en/of terug levering per adres van (maatschappelijk) vastgoed en bedrijven?

5. Waar vinden gemeenten of adviesbureau gebiedsgerichte ontsluiting over energie infrastructuur, waaronder warmtenetten?

 

 

Vraag 1: Waarom en hoe is de AVG van toepassing op energiegegevens?

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) geeft aan dat een persoonsgegeven alle informatie is over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Dit betekent dat informatie ofwel direct over iemand gaat, ofwel naar deze persoon te herleiden is (direct of indirect) (zie ook wetsartikelen AVG)

Kleinverbruikaansluitingen voor elektriciteits- en gas aansluitingen, alsook warmtenetaansluitingen, zijn doorgaans in gebruik door natuurlijke personen. Dat betekent dat veel van de gegevens in de registers over kleinverbruikaansluitingen persoonsgegevens zijn, die alleen voor het doel dat is afgesproken met de betrokken persoon mag worden gebruikt (doelbinding).

In relatie tot de energietransitie gaat het bij persoonsgegevens om bijvoorbeeld adres- en contactgegevens, EAN-codes (Europees Artikel Nummer, de ‘aansluiting identificatie code’ van een aansluiting op het elektriciteits- en gasnet van Nederland), vastgesteld verbruik, aansluitwaarde, looptijd contract, leveranciersinformatie, meetstanden, invloed op stroom- en spanningskwaliteit, et cetera.[1] Gegevens van organisaties en bedrijven zijn geen persoonsgegevens volgens de AVG, maar zijn beschermd vanuit de wet Milieubeheer met oog op bescherming tegen concurrentie en er geldt een geheimhoudingsplicht in de huidige Elektriciteits- en Gaswet.

De meterstanden voor elektriciteit en gas van kleinverbruikers mogen dus alleen gebruikt worden voor de wettelijke taken van de netbeheerder en energieleverancier, zoals geregeld in de Elektriciteits- en Gaswet (en in de toekomst in de Energiewet). Volgens deze wetten (mede als uitwerking van de Europese regelgeving in de EED, de Europese Energie-Efficiency Richtlijn) mogen de netbeheerder en energieleverancier de meterstanden alleen gebruiken met als doel:

 

  • Voor het opstellen van de jaarafrekening
  • Eens per maand voor het maandelijkse verbruik- en kostenoverzicht
  • Bij verhuizing of wijziging van energieleverancier
  • Op momenten dat het nodig is voor beheer of onderhoud van het energienet; dit moet vooraf aan eindgebruiker worden gemeld

Vaker mag niet, dus ook niet voor een ander doel. Met het installeren van slimme meters, is het mogelijk geworden om de gehele dag door te meten over het jaar. Dit mag niet, behalve als de eindgebruiker daar zelf uitdrukkelijk toestemming voor geeft. Delen van de gegevens met andere partijen mag ook niet, tenzij ook daar de eindgebruiker zelf uitdrukkelijke toestemming toe geeft. Wel delen de netbeheerder en de energieleverancier(s) informatie over de aansluiting[2], binnen de kaders zoals hierboven vermeld. Netbeheerders en energieleveranciers moeten zich daarbij aan een gedragscode houden bij verwerking van persoonsgegevens. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) houden toezicht op naleving van de wetgeving en de gedragscode door zowel elektriciteitsleveranciers als netbeheerders.

Voor andere partijen, dan de netbeheerders en energieleveranciers, die data willen gebruiken op basis van andere gronden, kunnen de oplossingsrichtingen uit de FAQ’s uitkomst kunnen bieden. Voor verdiepende achtergrondinformatie, w.o. delen uit de relevante wetsteksten staan onder verdiepende achtergrondinformatie.


[2] Sinds de elektriciteits- en gasmarkt vrijgegeven is en de netbeheerders en energieleveranciers niet meer één bedrijf zijn, heeft iedere eindverbruiker twee overeenkomsten: één met de netbeheerder en één met de energieleverancier. Voor het gemak van kleinverbruikers, regelen zij beiden in 1 keer in hun energiecontract met de energieleverancier. De leverancier brengt zowel het afgenomen energieverbruik (elektriciteit en gas) als de netwerkkosten van de netbeheerder (waaronder de transportkosten en periodieke aansluitvergoeding) bij de afnemer in rekening. De leverancier draagt de netbeheerkosten vervolgens af aan de netbeheerder. Voor het leveren van warmte is deze scheiding geen verplichting en is er meestal sprake van maar 1 contract met 1 integraal warmtebedrijf, waarbij het delen van informatie over aansluitingen minder aan de orde is.

 

 

Vraag 2: Mag de aansluitwaarde van een woning op adresniveau worden gedeeld door de netbeheerder of andere instantie, voor bijvoorbeeld. het aantal aardgasvrije woningen?

De aansluitwaarde of aansluitcapaciteit bij gas en stroom is de zwaarte van de aansluiting. Het geeft aan hoeveel Ampère elektriciteit of m³ /uur gas er door de aansluiting kan.

De elektrische aansluitwaarde van een woning geeft inzicht of deze geschikt is voor meer elektrificatie, iets wat in de Energietransitie van groot belang is. Denk aan het kunnen aansluiten van zonnepanelen, elektrische kookplaat of elektrische verwarmingssystemen. Partijen zoals woningbouwcoöperaties, gemeenten en adviesbureaus die met verduurzamingsprojecten voor de gebouwde omgeving bezig zijn, hebben daarom behoefte aan inzicht in de elektrische aansluitwaarde van een woning op adresniveau en vragen deze regelmatig op bij de regionale netbeheerders.

Hetzelfde geldt voor de gasaansluiting, waar vooral de aan- of afwezigheid van een aansluiting relevant is voor de warmtetransitieplannen en wijkplannen van gemeenten. Bij woningen die geen gasaansluiting hebben, is er al blijkbaar al voor een alternatieve warmtebron gekozen.

Kort antwoord: Nee

. De aansluitwaarde van een woning op adresniveau mag niet worden gedeeld.

De aansluitwaarde van een woning kan (in beperkte mate) iets kan zeggen over het verbruik, de gezinssamenstelling of de activiteiten van een woningeigenaar. Hierdoor wordt dit gezien als een persoonsgegeven. Persoonsgegevens vallen onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Volgens deze verordening mag de netbeheerder zonder wettelijke grondslag en doelbinding of expliciete toestemming van de woningeigenaar zelf deze informatie daarom niet met een derde partij delen.

Wat kan er wel?
Verbruiksgegevens, aansluitwaarden en andere kenmerken van een aansluiting mogen door de netbeheerder wel gedeeld en gepubliceerd worden als ze zijn geaggregeerd tot een niveau waarop herleiding naar een enkele woning niet meer mogelijk is.

Ook mogen netbeheerders de gegevens delen met het CBS, voor statistische doeleinden. Het CBS is daarmee voor alle ontvangen bestanden de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de AVG en geen verwerker. Op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens staat uitgebreide informatie over het onderscheid tussen de verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker. Het CBS publiceert alleen statistische informatie als natuurlijke personen niet herkenbaar of herleidbaar zijn. Het CBS kan ook door middel van het combineren van databronnen, uitsplitsingen maken naar verschillende kenmerken (zoals type huizen) (zie b.v. https://opendata.cbs.nl/statline). Het CBS heeft b.v. een maatwerktabel voor het aantal aardgasvrije woningen per gemeente gemaakt zie https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84948NED/table (met de verantwoording in https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/onderzoeksomschrijvingen/korte-onderzoeksbeschrijvingen/aardgasvrije-woningen). Vervolgens worden deze CBS-statistieken weer in combinatie met andere indicatoren opgenomen in rapportages zoals in de klimaatmonitor van RWS (zie https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/energieverbruik/).

Regionale netbeheerders publiceren jaarlijks op hun website een open dataset met gegevens van kleinverbruik aansluitingen, waaronder de aansluitwaarde. Hiermee kan een belanghebbende partij op postcode-6 niveau een beeld krijgen van de meest voorkomende aansluitwaarde en het percentage van de aansluitingen met die betreffende aansluitwaarde in dat gebied. Via de site van de VNG wordt deze data ook in een viewer ontsloten https://tvw.commondatafactory.nl/?tab=energie&layer=layer23#14/52.12792/4.65375 en is te combineren met andere beschikbare data in dezelfde viewer (waaronder een koppeling met de BAG, om inzicht te krijgen in het gemiddelde verbruik per m2). In de VNG-viewer zijn het aantal gasaansluitingen per postcode-6niveau weergegeven. Dit aantal gasaansluitingen kan vergeleken worden met het totaal aantal woningen uit de BAG voor hetzelfde postcodegebied, waarna geschat kan worden hoeveel aardgasvrije woningen er zijn, omdat deze niet zijn aangesloten op het gas[1].

Daarnaast kan voor projecten op wijk- of buurtniveau aan de bewoners worden gevraagd om de netbeheerder toestemming te geven hun aansluitwaarde te delen met de partij die het project uitvoert. Hiermee geeft de bewoner alleen voor de vooraf vastgestelde doeleinden binnen een vastgelegde periode toestemming om deze informatie te delen.

Meer informatie over een aansluitwaarde en de kenmerken en mogelijkheden van de verschillende waarden kunt u hier vinden.

NB: De verbruikgegevens van de netbeheerders zijn ook beschikbaar in de Energie-data-community (https://data.overheid.nl/communities/energie) en daar is ook genoemde toepassing van VNG  te vinden in de lijst van ‘Energiedata toepassingen’.

 1.  Zie ook het rapport van Pels Rijcken, dat in opdracht van het IBDS is gemaakt hier

 

Vraag 3: Kunnen gemeenten inzicht krijgen in het verbruikspatroon van één of meerdere aansluitingen per maand, week of dag?

Gemeenten willen met informatie over verbruik(spatronen) over de tijd een actuele (real-time) terugkoppeling geven over de vorderingen in de klimaatdoelstellingen, geaggregeerd per buurt/wijk.

Inzicht in het verbruik en aanbod van elektriciteit en gas over tijd, geeft de mogelijkheid om te kijken naar een betere afstemming tussen vraag en aanbod; b.v. door goede spreiding van opwek en afname op het net, en het gericht stimuleren van opslag of de aanleg van warmtenetten. Hiermee kan (toekomstige) onbalans op het elektriciteitsnet beperkt worden, waardoor er minder knelpunten in het netwerk ontstaan en moeten worden opgelost. Gemeenten kunnen, via o.a. ruimtelijke plannen en warmtetransitieplannen, een rol spelen in de afstemming tussen vraag en aanbod van energie.

Kort antwoord: Nee

. Gemeenten kunnen geen ‘real-time’ inzicht krijgen.

De netbeheerder beschikt in haar systemen over de benodigde meterstanden en verbruiksgegevens om de marktprocessen te faciliteren, waaronder de periodieke afrekening. Hiervoor wordt voor een kleinverbruiksaansluitingen jaarlijks, of tussentijds bij een contractuele wijziging, en voor een grootverbruiksaansluiting maandelijks, een stand en verbruik vastgelegd.

Zonder wettelijke grondslag en doelbinding, of expliciete toestemming van de aangeslotene is het de netbeheerder niet toegestaan vaker verbruiksgegevens uit de slimme meter af te lezen en te delen met derden.

Wat kan er wel?
Netbeheerders hebben vanzelfsprekend inzicht in het verbruik en aanbod over de tijd, maar mogen deze niet delen. Op het moment dat de vraag naar elektriciteit het mogelijke transport via het net overtreft (congestie), kan een netbeheerder wel met gemeenten op zoek naar oplossingen. Bij het opstellen van de Regionale Energiestrategieën (RES) werken gemeenten met netbeheerders en vele andere partijen aan het realiseren van hernieuwbare elektriciteit, waarbij ook wordt gekeken naar een regionale balans tussen vraag en aanbod. Via het RES-proces kunnen gemeenten inzicht vragen in de prioriteiten voor congestiemanagement van de netbeheerder, en de netbeheerder kan inzicht krijgen in de ruimtelijke plannen (en prioriteiten) van de gemeenten en de RES-regio.

Een netbeheerder kan in overleg met een partij die een energieproject wil initiëren, maatwerk data leveren, mits daar een wettelijke grondslag en doelbinding voor is. Het faciliteren van de energietransitie kan een wettelijke grondslag of doelbinding zijn. Binnen een dergelijk verzoek kan bijvoorbeeld een verbruiksprofiel van eigen metingen in stations worden gedeeld, zolang dit niet tot herleiding van individuele verbruiken kan leiden, wat in strijd zou zijn met de AVG en/of Elektriciteitswet. Aan maatwerk verzoeken zijn over het algemeen wel kosten verbonden.

Om gedetailleerd inzicht in het verbruikspatroon van een afgebakend gebied te krijgen kan de netbeheerder de slimme meters in dit gebied uitlezen, mits alle bewoners in dit gebied hier expliciet toestemming voor geven. Hiermee geeft de bewoner alleen voor de vooraf vastgestelde doeleinden binnen een vastgelegde periode toestemming om deze informatie te verkrijgen en te delen.

De Vereniging Nederlandse Energie Data Uitwisseling (NEDU) stelt jaarlijks voor verschillende typen gebruikers gemodelleerde verbruiken beschikbaar met het verbruik per kwartier (elektriciteit) of per uur (gas). Naast profielen voor het komende jaar zijn ook prognoseprofielen voor de komende jaren beschikbaar. Naarmate er meer metingen beschikbaar komen en deze ook (geanonimiseerd) gedeeld worden, zullen de modelprofielen steeds nauwkeuriger worden.  De huidige profielen worden al langere tijd gebruikt door energieleveranciers, adviesbureaus, kennisinstellingen en andere modelleurs.

Genoemde profielen zijn hier te downloaden: https://www.nedu.nl/documenten/verbruiksprofielen/

 

 

Vraag 4: Waarom kunnen gemeenten of adviesbureau geen gegevens krijgen over het energieverbruik en/of teruglevering per adres van (maatschappelijk) vastgoed en bedrijven?

Scholen, maar ook bedrijven en kantoren, zijn geen ‘natuurlijke’ personen, en vallen dus als zodanig niet onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Netbeheerders zijn nu nog gebonden aan de Elektriciteits-en Gaswet (E- en G-wet), artikel 79,1 en 37,1, waarin een geheimhoudingsplicht is vastgelegd: "gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter redelijkerwijs kent of moet vermoeden“ mogen niet worden gedeeld. In de nieuwe energiewet wordt gekeken naar mogelijkheden om meer data te kunnen delen.

Mogelijk gebruik onder de energiewet
Het voornemen in de nieuwe energiewet is processen te onderscheiden waarbij gegevensuitwisseling en het openbaar maken van gegevens een breder markt- of algemeen belang dient. Je kunt hierbij denken aan gegevens die voor een ieder toegankelijk zijn en ook gebruikt kunnen worden voor nieuwe diensten (‘open data’). Maar ook aan gegevens die publieke actoren, zoals decentrale overheden, ondersteunen in de uitvoering van de energietransitie. Door middel van onderliggende regeling (zoals een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling) kan vastgelegd worden om welke datapunten het gaat en wat de voorwaarden voor deze openbaarmaking zijn.

Vanuit VIVET hebben we gekeken of de nieuwe wet een oplossing kan bieden maatschappelijk vastgoed en kantoorgebouwen. Het termen blijken onvoldoende te zijn gedefinieerd. Er bestaand verschillende opvattingen over wat wel of niet bij maatschappelijk vastgoed hoort, hetzelfde voor de term kantoorgebouw. De netbeheerders hebben in hun administraties geen aparte indelingen voor deze vormen van vastgoed, waardoor zij het niet als categorie kunnen aanleveren. Voor bedrijven verwachten we niet dat het delen van informatie op adresniveau mogelijk wordt, omdat het uitgangspunt is dat dit de concurrentiepositie kan schaden.

Er zijn echter wel bewerkte gegevens beschikbaar over, met name, het energieverbruik van maatschappelijk vastgoed, kantoren en bedrijven.Voor maatschappelijk vastgoed zijn er al een aantal jaren samenwerkingsinitiatieven om verduurzaming voor elkaar te krijgen.

Voor maatschappelijk vastgoed zijn er al een aantal jaren samenwerkingsinitiatieven om verduurzaming voor elkaar te krijgen. Zo steunen b.v. VNG, Aedes, PO-Raad en Sociaal Werk Nederland het initiatief ‘bouwstenen’ (https://bouwstenen.nl/Informatiemanagement_maatschappelijk_vastgoed) en heeft de VNG de monitor maatschappelijk vastgoed in ‘waarstaatjegemeente’ (https://www.waarstaatjegemeente.nl/jive/report?id=rap_vmv&input_geo=gemeente_484)

Het CBS heeft een uitsplitsing gemaakt voor Ubouw sectoren:

  1. Energieverbruik vastgoed funderend onderwijs, 2018 (cbs.nl)
  2. Energieverbruik zorgvastgoed, 1 januari 2018 (cbs.nl)
  3. Energieverbruik retailvastgoed, 2018 (cbs.nl)
  4. Energieverbruik sportvastgoed, 2018 (cbs.nl)

Voor bedrijven maakt CBS op gemeentelijk niveau als onderscheid in het energieverbruik per sector volgens de SBI(2008), zie ook https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82538NED/table?ts=1611146326383).

Voor de gebouwde omgeving biedt de maatwerktabel op postcode zes niveau van CBS een oplossing https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/33/energielevering-aan-woningen-en-bedrijven-naar-postcode. Gecombineerd met de gegevens van de netbeheerders kan dan een inschatting worden gemaakt voor saldering op postcode-6 niveau voor bedrijven (zie blz. 31 van het document https://www.netbeheernederland.nl/_contentediting/files/files/Transitievisiewarmte%20-%20In%20samenwerking%20met%20de%20netbeheerder%20-%20April2020%201_0.pdf. Bij de VNG hebben ze al visueel inzicht in de mate van opwek op postcode zes niveau, die ook weer gecombineerd kan worden met de gegevens van CBS over bedrijven per postcode-6 niveau. https://tvw.commondatafactory.nl/?tab=energie&layer=layer25#15/52.45422/4.62119

 

 

Vraag 5: Waar vinden gemeenten of adviesbureau gebiedsgerichte ontsluiting over energie infrastructuur, waaronder warmtenetten?

Voor de energietransitie is bij het maken van o.a. haalbaarheidsstudies en businesscases, de ligging, capaciteit, vervanging van elektriciteits-, gas- en warmte-infrastructuur nodig (hierbij zijn vaak ook vragen over aantallen aansluitingen en HS/MS transportstations). De ontsluiting van data over de capaciteit van o.a. elektriciteits- en gasnetten sluit niet aan bij de werkzaamheden van netbeheerders, en mogen dus door hen niet zomaar worden ontsloten. Ontsluiting van data kan ook door andere marktpartijen worden gedaan, waardoor netbeheerder concurrentievervalsend kan zijn.

Als uitvoering van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) houdt het Kadaster de ligging van alle ondergronds infrastructuur bij in het KLIC (Kabels en Leidingen Informatie Centrum). Het doel van het KLIC is om graafschade te beperken, door voor een projectgebonden aanvraag de ligging van kabels en leidingen te verstrekken. De KLIC-kaartlagen zijn dus expliciet geen open-data. De aanvraag bij het KLIC moet betrekking hebben op een locatie gebonden project, waarbij gegraven zal worden. De fase van haalbaarheidsstudies en businesscases wordt hierbij meestal nog niet gezien als een concreet project, waarbij graafschade moet worden voorkomen.

Voor een gemeente is de infrastructuur voor de energietransitie technisch wel opvraagbaar via het KLIC, in de vorm van een oriëntatieverzoek [2]. Aangezien het juridisch doel van het KLIC is het beperken van graafschade en dit ook bindend is voor het delen van gegevens, zouden gemeenten vanuit rechtmatigheid hier geen gebruik van moeten maken. Ook kan de informatie uit het KLIC voor energietransitie-doeleinden niet ontsloten worden voor andere partijen.

Het Kadaster heeft in het kader van VIVET de ondergrondse elektriciteits- en gasinfrastructuur (inclusief extra informatie over capaciteiten van de netwerken), zoals deze via KLIC beschikbaar gesteld worden ter voorkoming van graafschade, nu ook via PDOK, het platform voor het ontsluiten van geodatasets ontsloten t.b.v. de energietransitie. Dit is mogelijk omdat:

1.     Het Kadaster biedt door middel van PDOK een platform waarop geo-data, zoals deze infrastructuurgegevens, ontsloten kan worden.

2.     Doordat de actuele ligging-gegevens door de netbeheerders aan KLIC worden aangeleverd kan (een selectie uit) deze data ook gebruikt worden ten behoeve van de energietransitie. Zo hoeven zij niet twee verschillende datasets aan te leveren. Op de wijze worden de netbeheerders ontlast en blijven de kaartlagen op PDOK ook actueel.

3.     De netbeheerders via Netbeheer Nederland zijn goed georganiseerd. Tussen de zeven netbeheerders onderling zijn er b.v. al afspraken over eenduidige dataverzameling en metadata. Informatie wordt dus kwalitatief eenduidig en vergelijkbaar aangeleverd aan het Kadaster. Hierdoor zijn er goede afspraken mogelijk tussen Kadaster en netbeheerders over ontsluiting van de ondergrondse infrastructuur via het PDOK.

Het Kadaster is momenteel in overleg met een tiental grote warmtebedrijven, om soortgelijke ontsluiting via het PDOK mogelijk te maken. Dit is geen makkelijke taak. Het ontbreekt vanuit de warmtebedrijven nog aan eenduidigheid en vergelijkbaarheid in de aangeleverde gegevens, waardoor het een stuk lastiger is om de informatie als één kaartlaag te ontsluiten via PDOK. Door het het ontbreken van een koepelorganisatie is het lastig om eenduidige afspraken te maken over de ontsluiting van informatie over de infrastructuur en beschouwen warmtebedrijven de gegevens als concurrentiegevoelig.

 

 

Verdiepende achtergrondinformatie

Contract Einde Register (CER) en Centraal Aansluitingenregister (C-AR)[3]


Het CER bevat gegevens over alle kleinverbruikerscontracten voor elektriciteit en gas. Het C-AR bevat gegevens die samenhangen met de aansluiting. De gezamenlijke netbeheerders zijn verantwoordelijk voor het beheer van onder meer deze registers en daarmee ook van de beveiliging van en de verstrekking uit de in de registers opgenomen gegevens. De gezamenlijke netbeheerders zijn verplicht om leveranciers met een vergunning, indien deze daartoe door de consument is gemachtigd, toegang te geven tot deze registers. Leveranciers gebruiken deze informatie onder andere voor facturering, aansluitingen en wijzigingen bij een verhuizing. In eerste instantie werden de registers ook gebruikt voor het aanbieden van nieuwe contracten (aanbod op maat), maar dat mag sinds 14 januari 2020 niet meer door uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. [4]

 

Artikel 9 lid 2 uit de energie-efficiency richtlijn van Europa (RICHTLIJN 2012/27/EU) ofwel EED1


2. Indien, en voor zover, de lidstaten gebruikmaken van intelligente meetsystemen en slimme meters voor aardgas en/of elektriciteit invoeren in overeenstemming met de Richtlijnen 2009/72/EG en 2009/73/EG:

a)     zorgen zij ervoor dat de meetsystemen de eindafnemer informatie verschaffen over de werkelijke tijd van het verbruik en dat de voor de eindafnemer beoogde energie-efficiëntie en voordelen ten volle in acht worden genomen bij het vastleggen van de minimumfuncties van de meters en de verplichtingen die aan marktdeelnemers worden opgelegd;

b)     zorgen zij ervoor dat de slimme meters en het dataverkeer worden beveiligd, en dat de privacy van de eindafnemer wordt beschermd, in overeenstemming met de Uniewetgeving over de bescherming van persoonsgegevens en van de persoonlijke levenssfeer;

c)     schrijven zij voor, in het geval van elektriciteit, dat de meterbeheerder op verzoek van de eindafnemer ervoor zorgt dat van de meter of meters de hoeveelheid elektriciteit kan worden afgelezen die bij de eindafnemer aan het net wordt geleverd;

d)     zorgen zij ervoor dat, op verzoek van de eindafnemer, meetgegevens over de input en output van elektriciteit, in een gemakkelijk te begrijpen vorm die vergelijking van aanbiedingen op basis van gelijke criteria mogelijk maakt, beschikbaar worden gesteld aan de eindafnemer of aan een derde partij die namens de eindafnemer optreedt;

e)     schrijven zij voor dat de afnemers bij de installatie van slimme meters het nodige advies en de nodige informatie krijgen, in het bijzonder over het volledige potentieel van die meters wat meterstandbeheer en controle van het energieverbruik betreft.

 

Artikel 39 t/m 41 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming ((EU) 2016/679)

(39) Elke verwerking van persoonsgegevens dient behoorlijk en rechtmatig te geschieden. Voor natuurlijke personen dient het transparant te zijn dat hen betreffende persoonsgegevens worden verzameld, gebruikt, geraadpleegd of anderszins verwerkt en in hoeverre de persoonsgegevens worden verwerkt of zullen worden verwerkt. Overeenkomstig het transparantiebeginsel moeten informatie en communicatie in verband met de verwerking van die persoonsgegevens eenvoudig toegankelijk en begrijpelijk zijn, en moet duidelijke en eenvoudige taal worden gebruikt. Dat beginsel betreft met name het informeren van de betrokkenen over de identiteit van de verwerkingsverantwoordelijke en de doeleinden van de verwerking, alsook verdere informatie om te zorgen voor behoorlijke en transparante verwerking met betrekking tot de natuurlijke personen in kwestie en hun recht om bevestiging en mededeling te krijgen van hun persoonsgegevens die worden verwerkt. Natuurlijke personen moeten bewust worden gemaakt van de risico's, regels, waarborgen en rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens, alsook van de wijze waarop zij hun rechten met betrekking tot deze verwerking kunnen uitoefenen. Meer bepaald dienen de specifieke doeleinden waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt, expliciet en gerechtvaardigd te zijn en te zijn vastgesteld wanneer de persoonsgegevens worden verzameld. De persoonsgegevens dienen toereikend en ter zake dienend te zijn en beperkt te blijven tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt. Dit vereist met name dat ervoor wordt gezorgd dat de opslagperiode van de persoonsgegevens tot een strikt minimum wordt beperkt. Persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt indien het doel van de verwerking niet redelijkerwijs op een andere wijze kan worden verwezenlijkt. Om ervoor te zorgen dat persoonsgegevens niet langer worden bewaard dan noodzakelijk is, dient de verwerkingsverantwoordelijke termijnen vast te stellen voor het wissen van gegevens of voor een periodieke toetsing ervan. Alle redelijke maatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat onjuiste persoonsgegevens worden gerectificeerd of gewist. Persoonsgegevens moeten worden verwerkt op een manier die een passende beveiliging en vertrouwelijkheid van die gegevens waarborgt, ook ter voorkoming van ongeoorloofde toegang tot of het ongeoorloofde gebruik van persoonsgegevens en de apparatuur die voor de verwerking wordt gebruikt.

(40) Voor rechtmatige verwerking van persoonsgegevens is de toestemming van de betrokkene vereist of een andere gerechtvaardigde grondslag waarin de wet voorziet, hetzij in deze verordening, hetzij in andere Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke bepalingen als bedoeld in deze verordening, of ook dat de verwerking noodzakelijk is om te voldoen aan wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust of om een overeenkomst uit te voeren waarbij de betrokkene partij is of om op verzoek van de betrokkene voorafgaand aan het aangaan van een overeenkomst maatregelen te nemen.

(41) Wanneer in deze verordening naar een rechtsgrond of een wetgevingsmaatregel wordt verwezen, vereist dit niet noodzakelijkerwijs dat een door een parlement vastgestelde wetgevingshandeling nodig is, onverminderd de vereisten overeenkomstig de grondwettelijke orde van de lidstaat in kwestie. Deze rechtsgrond of wetgevingsmaatregel moet evenwel duidelijk en nauwkeurig zijn, en de toepassing daarvan moet voorspelbaar zijn voor degenen op wie deze van toepassing is, zoals vereist door de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie („Hof van Justitie”) en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.


[1] Binnen VIVET werkt het Kadaster op dit moment aan een koppeling tussen de gebouwen uit BAG/BGT en de aansluitcodes (EAN-codes) van de netbeheerders, zodat er een betere koppeling tussen de bestanden mogelijk is. De koppeling blijkt lastig. Halverwege 2021 zal duidelijk worden of het project succesvol kan worden afgerond.

[2] Zo zou een gemeente op basis van een gemeente dekkend orientatieverzoek t.b.v. de energietransitie (gaat om een maatschappelijk doel) mogelijk een KLICverzoek kunnen indienen. Een oriëntatieverzoek mag als:

·       Het een overheidsorganisatie betreft; voor de uitvoering van een publieke taak

·       Het een grondroerder of opdrachtgever betreft voor voorbereiding van graafwerkzaamheden

[3] Brief van de minister van economische zaken, nr. 107, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32761-107.html

[4] https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/College-van-Beroep-voor-het-bedrijfsleven/Nieuws/Paginas/Toestemming-energieconsument-vereist-voor-uitwisseling-persoonsgegevens-.aspx