1. Eenheid van de Kroon

Het verstrekken van informatie blijft zonder meer achterwege voor zover dit de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen (Art. 10 eerste lid onder a Wob). Blijkens de totstandkomingsgeschiedenis gaat het hier om informatie over meningsverschillen tussen de Koning enerzijds en ministers en staatssecretarissen anderzijds.

2. Veiligheid van de Staat

Het verstrekken van informatie blijft eveneens achterwege als dit de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden (Art. 10 eerste lid onder b Wob). Het gaat hier zowel om de interne (bijvoorbeeld werkzaamheden van de BVD) als de externe veiligheid (bijvoorbeeld informatie over defensie). Bij de beoordeling van het verzoek moet beoordeeld worden of de veiligheid van de staat daadwerkelijk in het geding is op basis van de documenten. Het enkele feit dat de informatie in betrekking staat of heeft gestaan tot de veiligheid van de Staat is onvoldoende. De gedateerdheid speelt daarbij een rol.

3. Vertrouwelijke bedrijfs- en fabricagegegevens

Het verstrekken van informatie blijft eveneens altijd achterwege als het gaat om door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid meegedeeld bedrijfs- en fabricagegegevens (Art. 10 eerste lid onder c Wob). Verzuim van het aangeven van het confidentiële karakter doet daar niet aan af. Doorslaggevend is of de mededeling plaats heeft in het kader van een contact dat het bedrijf redelijkerwijs als vertrouwelijk mag beschouwen. Aan de andere kant vrijwaart het enkele feit dat een stuk als 'vertrouwelijk' is aangemerkt een bedrijf niet tegen openbaarmaking.

4. Bijzondere persoonsgegevens

Het verstrekken van informatie blijft ook achterwege als dit 'bijzondere' gegevens in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens betreft. Deze uitzondering wordt, samen met de 'gewone' persoonsgegevens, apart behandeld onder aanwezigheid van persoonsgegevens.

Terug naar stap 2a...