Bodemdaling - Gevoeligheid

Bodemdaling in Zuid-Holland heeft een zeer sterke samenhang met waterbeheer. Hierdoor is het niet mogelijk om realistische voorspellingen te doen van de bodemdaling over langere perioden. In plaats daarvan is de bodemdalingsgevoeligheid in kaart gebracht. Hiervoor is uitgerekend hoeveel veenoxidatie en klink er theoretisch zou optreden over een periode van 100 jaar, bij een vaste ontwateringsdiepte van 1 m en handhaving van de huidige stijghoogte in het eerste watervoerend pakket. Van de berekeningsuitkomsten zijn vervolgens drie klassen gemaakt: 'niet relevant', 'relevant' en 'speciaal aandachtsgebied'. De klassen weerspiegelen variaties in de opbouw van de ondergrond. Waar vooral zand voorkomt, is bodemdaling niet relevant. In klei- en veengebieden
speelt bodemdaling wel een belangrijke rol. Kleigebieden en gebieden met een relatief dunne veenlaag vallen in de klasse 'relevant'. Het 'speciaal aandachtsgebied' omvat de tien procent van het provinciaal landoppervlak met de grootste bodemdalingsgevoeligheid. Het gaat hierbij vooral om gebieden met een dikke veenlaag. Uit de kaart voor bodemdalingsgevoeligheid blijkt dat een groot deel van de veenweidegebieden vanuit het thema bodemdaling om speciale aandacht vraagt bij inrichting en waterbeheer. Dit geldt vooral voor die gebieden waar het veen direct aan maaiveld voorkomt en niet wordt bedekt door klei (o.a. delen van Midden-Delfland, Alblasserwaard, Krimpenerwaard, het gebied tussen Gouda en Boskoop en rond de Nieuwkoopse Plassen). In de droogmakerijen rond Zoetermeer is het veen verdwenen door vervening en is bodemdaling minder relevant. Ook langs de Oude Rijn, op de Zuid-Hollandse eilanden en in een brede zone langs de Noordzeekust, met uitzondering van de laagten tussen de strandwallen, is bodemdaling niet relevant. Hierna worden drie scenario’s getoond van bodemdaling bij een vaste ontwateringsdiepte van 0,5, 1,0, resp. 1,5 m. Uit het scenario met een vaste ontwateringsdiepte van 1,0 m is de bodemdalingsgevoeligheidskaart gedestilleerd. De drie scenario's geven inzicht in de afhankelijkheid van bodemdaling voor het gevoerde waterbeheer. Er is bijvoorbeeld te zien dat bij een ontwateringsdiepte van 1,5 m het gebied met een bodemdaling van meer dan 10 mm/jaar meer dan 2 keer zo groot is als bij een ontwateringsdiepte van 0,5 m. Op het moment dat op een specifiek gebied of vraag wordt ingezoomed moet altijd bekeken of nadere informatie beschikbaar is.

Data and Resources

Additional Info

Field Value
Last Updated July 6, 2019, 10:41 (UTC)
Created June 18, 2019, 18:33 (UTC)